De wereld is klein,
West-Vlaanderen groot.

Een paar maand geleden was ik op bezoek bij een oude en goede vriendin die in het begijnhof van Kortrijk woont. Ik was daar al vaker  geweest, maar ze wou mij het begijnhof en zijn omgeving nu toch eindelijk een beetje beter leren kennen. 

We wandelden door het Begijnhofpark, een groene zone middenin de stad, en ze vertelde mij over een optreden aldaar van Pierrette Coffrée.  “Ja,” zei ik, “die naam zegt mij iets. Ik ben die mevrouw al tegengekomen op Facebook”.  

Enkele dagen later staken Rose-Marie Pype, de eveneens West-Vlaamse “moeder” van Bij de Hand, en ik de koppen bij elkaar over de presentatie van mijn eerste  stukje. Daarbij kregen we het gezelschap van… Pierrette Coffrée, die het gebeuren zou opluisteren met een performance. 

Pierrette ziet eruit als een existentialiste uit de jaren 1950. De existantialisten, dat weten jullie natuurlijk, woonden in Parijs en waren de aanhangers van de filosoof Jean-Paul Sartre.  

Hun voornaamste uiterlijke kenmerk was dat ze allemaal donkere kleren en alpinomutsen droegen – zo’n plat, rond en donkerblauw hoofddeksel met in het midden een klein omhoogstekend piemeltje. Zo’n muts had Pierrette dus op. 

Bovendien is Pierrette dun, donker, intens en ook een beetje verlegen in de omgang, wat haar tot voorbeeld van een bepaald type parisienne maakt.  

Pierrette speelt onder meer toneel met poppen. Geen echte poppen, maar op papier geschilderde en uitgeknipte figuren die ze vastmaakt aan een stok. Met die stok kan ze de figuren doen bewegen of even vastzetten in het zand. De stemmetjes en accenten doet ze allemaal zelf. 

Ik dacht vroeger dat West-Vlamingen allemaal heel serieuze mensen waren, gericht op God en geld verdienen. Dat vooroordeel is mij mede ingegeven door mijn vroegere chef bij de krant De Standaard,  een diepgelovige West-Vlaming die altijd zorgelijk keek, en nog zorgelijker als het woord “budget” viel.  

Maar mijn vriendin uit Kortrijk én Pierrette zijn allebei komische talenten. Mijn  vriendin vooral als ze haar eigen dialect spreekt – normaliter converseren wij in een soort Algemeen Verkavelingsvlaams – maar Pierrette ook in het Antwerps. Dat laatste is, zoals wij allemaal weten, een grote prestatie voor een non native speaker.   

Pierrette introduceerde mijn stukjes op de zolder van het Stadsmagazijn voor een select gezelschap (zoals dat heet) van stadsgidsen en een heuse journaliste van Gazet van Antwerpen. Haar papieren poppen waren geïnspireerd op klassieke figuren uit het Antwerps marionettentheater, zoals De Neus, maar ze had ook een pop van mij gemaakt, compleet met pijp. Wat mijn ijdelheid niet weinig streelde. 

Enkele weken later bracht Pierrette een andere voorstelling, gebaseerd op de geschiedenis van het beroemde bordeel Crystal Palace in de Gorterstraat, dat ergens in de jaren zestig op een mooie nacht boem pardoes instortte en zo zelfs het nationale televisienieuws haalde (ik verzin dit niet, het is echt gebeurd).   

Pierrette deed dat tijdens een warme zomeravond op de Koolkaai, bij het nieuwe cafeetje-eethuis Who’s afraid of Red Yellow and Blue – niet zo ver van de plek waar de Crystal Palace destijds stond. 

Ik kon er toen zelf niet bij zijn, maar zag achteraf op Facebook dat Pierrette o.m. de rol speelde van Ros Germaineke, een 19de-eeuws Antwerps hoertje dat ik een jaar of vijftien geleden verzon voor mijn historische politieverhaal De Engel met de Zaag. 

Ik hoef jullie niet te vertellen dat de vacht van een schrijver maar zelden zo stevig in de juiste richting wordt geaaid. Alsof dat niet genoeg was, nodigde Pierrette mij uit om samen met haar de bon voor twee maaltijden op te maken die ze van de gulle eigenaars van Who’s afraid of enzovoort gekregen had. In de hoop dat het niet haar hele honorarium was dat ik zo hielp opeten, zei ik “ja”. 

Zo komt het dat wij een prettige (en lekkere) vrijdagavond doorbrachten op de Koolkaai. Ik herinner mij de plek nog als het drukke, lawaaierige hart van het Griekse uitgaansleven in het Antwerpen van de jaren 1970. Daarna werd het er een saaie boel. Maar met een beetje geluk brengt Who’s afraid daar blijvend verandering in. 

En toen haalde Pierrette een ietwat beduimeld exemplaar tevoorschijn van mijn debuutromannetje In altijd lege Kamers uit 1985 tevoorschijn. Ze had dat tweedehands gekocht en vroeg mij om het te signeren. 

 Ik wist niet goed of ik trots moest zijn, weemoedig een traan wegpinken of gegeneerd in de grond zakken. Maar ik deed wat mij gevraagd werd. Dank u, Pierrette!  En ik zal nooit meer iets verkeerds denken of zeggen over West-Vlamingen. Promis-juré! 

Wil je meer kronieken lezen?

Klik op onderstaande knop om terug naar het overzicht van de kronieken te gaan.

Ben je al geregistreerd voor Bij de Hand?

Registreer je snel via onderstaande knop en je ontvangt Bij de Hand, Wijkkrant Historisch Centrum driemaandelijks in je e-mailbox. Daarnaast ontvang je ook onze agenda met tips over de maandelijkse activiteiten in het historisch centrum van Antwerpen.

Ben je al geregistreerd?
Dan hoef je niet opnieuw te registreren. Je ontvangt automatisch de wijkkrant in je e-mailbox.